Review of Grieksch-Theologisch Woordenboek
Bavinck, Herman. Review of Grieksch-theologisch woordenboek, hoofdzakelijk van de oud-christelijke letterkunde, by J. M. S. Baljon. Tijdschrift voor Gereformeerde Theologie 5 (1898): 366–69.

366 Toen Prof. Baljon nog Predikant was bij de Ned. Herv. gemeente te Almelo, nam hij reeds het werk ter hand, welks titel hierboven is opgegeven. Reeds bij het verschijnen van de eerste aflevering in 1895 vestigde ik er in de Bazuin de aandacht op. In weerwil dat Dr. Baljon in dien tijd tot Hoogleeraar te Utrecht benoemd werd en zich in een geheel anderen werkkring verplaatst zag, zette bij den begonnen arbeid geregeld voort. Het eerste deel, 939 bladzijden groot, zonder het register en omvattende de Grieksche letters A tot I, is reeds voltooid. Van het tweede deel zag reeds eene lijvige aflevering van 320 bladzijden het licht; op de laatste bladzijde werd met de letter N een aanvang gemaakt; de voltooiing van het gansche werk kan dus binnen een niet te lang tijdsverloop met vertrouwen tegemoet worden gezien.

Het woordenboek van Prof. Baljon wil in de eerste plaats eene Hollandsche vertaling geven van het bekende Biblisch-theologisches Wörterbuch der Neutestamentlichen Gräcitat van Prof. Dr. H. Cremer te Greifswald. Maar de Hoogleeraar Baljon laat het daarbij toch niet. Vooreerst 367 geeft hij meer dan eene letterlijke vertaling; hij biedt menigmaal ook eene zelfstandige bewerking van de woorden, die door Prof. Cremer behandeld zijn. Hij vult in menig opzicht het werk van zijn voorganger aan en neemt niet, gelijk deze, de voornaamste, maar alle woorden op, welke in het N. Test. voorkomen.

Verder heeft hij ook de Grieksche vertaling van het Oude Testament in den kring van zijn onderzoek getrokken en ruimt ook aan de belangrijkste woorden in deze overzetting eene plaats in zijn woordenboek in. En eindelijk heeft hij nog een belangrijk materiaal verzameld uit de kerkvaders en andere Christelijke schrijvers uit de eerste eeuwen onzer jaartelling.

Men zou kunnen vragen, of deze taak voor één mensch en dan in enkele jaren, niet te groot en te zwaar was. De Schrijver erkent in de voorrede zelf, dat er eigenlijk een afzonderlijk woordenboek verschijnen moest voor de Septuaginta, voor het Nieuwe Testament en voor de Grieksche kerkvaders. En dat is zonder twijfel zoo. Het N. Testament neemt eene eigene en zelfstandige plaats in. Het geeft aan vele woorden en begrippen eene beteekenis, die in het Oude Testament wel voorbereid wordt, maar toch eerst in het N. Test. zelf hare religieus-ethische diepte verkrijgt. En bij de kerkvaders ontvangen al deze woorden en begrippen wederom een theologischen stempel, die alleen uit de omgeving, waarin zij leefden, verklaard worden kan. Men denke slechts aan de Grieksche woorden, in het Hollandsch weergegeven door heilig, rechtvaardig, koninkrijk, bekeering enz. In alle drie bovengenoemde groepen van litteratuur moeten zij afzonderlijk worden nagegaan en bestudeerd. Met de aanhaling van eene enkele plaats is hier nog weinig of niets gedaan. 368

Prof Cremer gaat dan ook zóó te werk, dat hij telkens een nieuw begrip tot voorwerp van zijn onderzoek maakt. Elke druk van zijn werk is met de verklaring van enkele woorden vermeerderd. Dat is eene voorbeeldige methode van werken. Dat brengt het onderzoek vooruit en verheldert het denken. En dan laat Prof. Cremer het gebruik der woorden bij de oude Christelijke schrijvers en de kerkvaders nog zoo goed als geheel buiten den kring zijner studie liggen; dit is ook inderdaad eene studie apart.

In verband daarmede kan de opmerking niet onderdrukt worden, dat het werk van Prof. Baljon uit den aard der zaak aan diepte verliezen moet, wat het in vergelijking met Cremer's Woordenboek aan breedte en volledigheid wint. Voorts is de omschrijving: Grieksch Theologisch niet boven bedenking verheven; het schijnt gevormd naar het Biblisch-Theologisches van Cremer's Wörterbuch, maar geeft de bedoeling van Prof. Baljon onduidelijk weer. Het woord „hoofdzakelijk" in den titel is zeer rekbaar. En de term „Oudchristelijke Letterkunde", die de Schriften des N. Test. met die van de kerkvaders in ééne groep plaatst en ze van het O. Test. losmaakt, dunkt mij op Christelijk, Theologisch standpunt niet te rechtvaardigen.

Dit alles neemt echter de waarde van Dr. Baljons omvangrijken en breeden arbeid niet weg. Niet alleen voorziet het na het verouderd woordenboek van Dr. Harting in eene behoefte, die door een Hollandsch werk nog niet werd vervuld. Maar het maakt ook het Duitsche Woordenboek van Prof. Cremer in breeder kring bekend en vult het dikwerf op uitstekende wijze aan. Zelfs ware het gewenscht geweest, dat de Hollandsche Bewerker het Woordenboek van Prof. Cremer hier en daar nog beter had nagerekend. Want hoe uitnemend Cremer's Woordenboek ook zijn moge, 369 het is daarom nog niet in alles betrouwbaar. Op de verklaring van zulke belangrijke begrippen als ƒgiov, basileia, dikaiov, ³laskomai, katallattw enz. bij Cremer, is zeker nog al eene of andere aanmerking te maken. Om slechts één voorbeeld te noemen: Prof. Cremer zegt, dat het woord ³laskomai in de Schrift niet te kennen geeft het bewerken van eene andere verzoende gezindheid bij God, bij Baljon I bl. 917. Ik geloof niet, dat dit vol te houden is. Op bladz. 918 wordt toch gezegd, dat het wel bedoelt het afwenden van den Goddelijken toorn. En zoo zouden er vele opmerkingen te maken zijn.

Maar het aankondigen en bespreken van een Woordenboek is uiteraard eene lastige zaak. Eene goede recensie zou eischen, dat men ieder woord afzonderlijk naging.

En dat is inderdaad niet te doen. Men kan hoogstens enkele woorden opslaan en de verklaring aandachtig overwegen. Voorzoover de referent dit deed en bovengenoemde en enkele andere woorden opmerkzaam las, kan hij van dit Woordenboek van Prof. Baljon niet anders getuigen, dan dat het met zorg bewerkt is, in eene behoefte voorziet en alleszins aanbeveling verdient. De prijs, 17½ cent per Vel, is bovendien niet te hoog berekend. Moge het den bekwamen Auteur gegeven zijn, om na eenigen tijd de voltooiïng van zijn arbeid te zien, en drage deze bij tot vermeerdering der kennis van de Schriften des N. Testaments.


x
This website is using cookies. Accept