Review of Catechetisch Onderwijs
Bavinck, Herman. Review of Catechetisch Onderwijs met Aanteekeningen over de Gereformeerde Geloofsleer, by P. Niuwenhuis. De Vrije Kerk 8:7 (juli 1882): 336–38.

Catechetisch Onderwijs met Aanteekeningen over de Gereformeerde Geloofsleer, woordelijk geput uit de Belijdenisschriften door P. Nieuwenhuis, predikant te Brielle. Brielle, Wierema, 1882. ƒ 0,30.


In de algemeen gevoelde behoefte aan een goed vraagboek over de heilswaarheden heeft de heer Nieuwenhuis, predikant te Brielle, trachten te voorzien. Hij zond een Catechetisch Onderwijs in het licht, dat van de bestaande op zeer eigenaardige wijze zich onderscheidt. Het was hem te doen, om zulke leerlingen, die „Kort Begrip" en „Catechismus" machtig zijn, wat dieper in te leiden in de waarheid, zooals die bepaald door de Gereformeerde Kerk wordt beleden. Om in het weergeven der Gereformeerde gevoelens niet te falen, laat hij de Belijdenisschriften zelve spreken. De antwoorden op de met zorg gestelde vragen zijn daarom alle zooveel, mogelijk woordelijk aan de Formulieren van Eenigheid ontleend. Zelfs in orde en rangschikking der waarheden sluit de Schrijver zich bijna geheel aan de Nederlandsche Geloofsbelijdenis aan.

Wij hebben hier dus de Belijdenisschriften, gegoten in den vorm van een Catechetisch Onderwijs; de Gereformeerde Geloofsleer niet naar de opvatting van dezen of genen, maar naar de officiëele uitspraken der Geref. Kerk 337 voor Catechisanten uiteengezet. Dat te geven, heeft, naar ik meen, de geachte Schrijver zich ten doel gesteld. Eene beoordeeling over zijn arbeid loopt dus over de vraag, of de zin en gedachte der Belijdenisschriften nergens verwrongen, maar overal zuiver en trouw is weergegeven. Aan dat doel nu, hetwelk de auteur zich voor oogen stelde, getoetst, heeft dit vraagboek op rechtmatigen lof aanspraak. De Belijdenisschriften zijn alle op uitnemende wijze gebruikt; de antwoorden met zorg gekozen; de daarvoor meest geschikte uitdrukkingen aan de Formulieren van eenigheid, soms ook aan de Liturgische Schriften, ontleend.

Toch zullen, naar mij voorkomt, over de juistheid en bereikbaarheid van het doel, dat de Schrijver zich voorstelde, de meeningen verschillen. Om de Catechisanten de Belijdenisschriften onzer Kerk te doen kennen, kan men toch nooit beter doen, dan die geschriften zelve op te slaan, met hen te lezen en voor hen te verklaren. Wil men daarentegen een vraagboek samenstellen, dat een eenigszins volledig overzicht geeft van de waarheden des heils, dan kan men lang niet alle antwoorden „woordelijk" uit de Belijdenisschriften putten. Niet alleen moet dan dikwerf de zinbouw gewijzigd, de woorden omgezet, de uitdrukkingen ingekort worden, maar ook vele antwoorden op waarlijk in zulk een vraagboek onmisbare vragen kunnen volstrekt niet „woordelijk", aan de Belijdenisschriften worden ontleend. Bewijzen hiervan zijn in het Catechetisch Onderwijs van den heer Nieuwenhuis op bijna iedere bladzijde te vinden. Zelfs geheele hoofdstukken, b.v. over de Eigenschappen Gods, moesten of geheel of grootendeels door den Schrijver zelf worden bewerkt. De methode, die de Schrijver bij het samenstellen van dit vraagboek toepast, heeft altijd ten gevolge, dat men òf in het overzicht 338 van de heilswaarheden onvolledig blijft òf aan het voorgestelde doel ontrouw wordt.

De Schrijver heeft echter die beide dreigende klippen zoo goed mogelijk weten te ontzeilen. De bedenking tegen zijn methode en doel kan ons het uitnemende in zijn arbeid niet over het hoofd doen zien. Dat bestaat vooral daarin, dat door dit vraagboek de Belijdenisschriften ook onder de oogen komen van zulke Catechisanten, wien anders de tijd of de lust tot onderzoek ontbreekt. Bovendien wordt door deze inkleeding in vragen en antwoorden de aandacht gevestigd op wat anders licht over het hoofd gezien of slechts oppervlakkig gelezen werd. Het „Catechetisch Onderwijs" is dus zeer geschikt, om nog altijd heerschende misvattingen van de Gereformeerde belijdenis te bestrijden en door betere inzichten te vervangen. Er heerscht in het vraagboek van den heer Nieuwenhuis een frissche geest en een gezonde opvatting. De voorzoover mij bleek, goed gekozen teksten en met beleid gestelde vraagpunten aan het slot van elk hoofdstuk leveren den Catecheet overvloedig stof tot bespreking.

Wij hopen, dat onze predikanten spoedig met dit vraagboek zullen kennis maken en alzoo den heer Nieuwenhuis die aanmoediging schenken, welke hem voor dezen arbeid toekomt.


Franeker.

H. Bavinck.


x
This website is using cookies. Accept