Gereformeerde Dogmatiek, 2e druk.

48. De neo-scholastische theologie kwam op in Spanje en werd daar vooral beoefend aan de hogescholen van Salamanca, Alcala (Complutum) en Coimbra. Franz de Vittoria 1480-1566, geboren te Vittoria in Cantabrië, behoorde tot de Dominikanen en werd door zijn orde naar Parijs gezonden om zich toe te leggen op de theologie. Daar bestudeerde hij vooral Thomas. In Spanje teruggekeerd, werd hij hoogleraar te Salamanca en verbreidde daar de leer van Aquinas, op wiens Summa hij ook een commentaar schreef. Onder zijn leerlingen behoorden de beroemdste theologen van Spanje, Melchior Canus, gestorven 1560, Loci theolog. 1563; Dominicus Soto, gestorven 1560, Comm. in 4m librum Sent. 1557-60 en de natura et gratia libri III 1547 tegen de Scotist Catharinus; Barthol. Medina, Expositio in I 2 Thomae 1576. De thomistische theologie werd vooral beoefend door de orde van de Dominikanen, tot wie behalve de bovengenoemden ook behoorden: Petrus de Soto, prof. te Dillingen, gestorven 1563, Institutiones christ. 1548. Methodus confessionis 1553. Compendium doctrinae cathol. 1556. Defensio cathol. confessionis 1557 tegen Brenz; Dom. Bannez, Comm. in I Thomae, 2 tomi 1584,’88; Didacus Alvarez, de auxiliis gratiae div. et humani arbitrii viribus et libertate Lugd. 1611; de incarn. verbi div. Lugd. 1614; Vincentius Contenson, Theologia mentis et cordis, 2 tom. Colon. 1687; J. Baptista Gonetus, gestorven 1681, Clypeus theol. thomist. 1659-69, diss. theol. de probabilitate casuistarum; Natalis Alexander, Theol. dogm. et mor. sec. ordinem catech. Conc. Trid. Paris 1703; Billuart, gestorven 1757, Summa S. Thomae hodiernis academiarum moribus accommodata, 19 tom. Leodii 1747-59, nieuwe uitgave bij Palmé te Parijs in 8 vol.; en verder nog Fr. de Sylvestris, Joh. Viguerius, Joh. Gonsalez, Martin Ledesma, Joh. Vincentius, Balt. Navarretus, Raphael Ripa, Franz en Dominicus Perez, Gazzaniga, gestorven 1799, Praelect. theol. Bononiae 1790 e. a. Bij de Dominikanen sluiten zich de Karmelieten aan, van wie vooral beroemd is Salmanticensis collegii Carmelitarum discalceatorum cursus theol. in D. Thomam, 10 vol. Lugd. 1679 v. Maar ook de scotistische theologie vond in de nieuwe tijd nog aanhang en verdediging, bij Ambrosius Catharinus, gestorven 1553, Fr. Lychetus, Comm. in I II III librum Sent. Scoti, Venet. 1589. Frassenius, gestorven 1711, Scotus Academicus, 4 tom. Paris 1662-77. Dupasquier, gestorven 1718, Summa theol. scotisticae; Barth. Durand us, Clypeus Scoticae doctrinae; Thomas van Charmes, Theol. universa; en voorts bij Brancatus, Mastrius, Faber, gestorven 1630, Bonaventura Bellutus, gestorven 1676, Lukas Wadding, gestorven 1657, uitgever van Scotus’ werken te Lyon 1639 v. e.a. De Franciscaner de Rada, bisschop van Trani, gestorven 1608 gaf in zijn boven reeds aangehaald werk een overzicht van de controversen tussen de Thomisten en de Scotisten.

De scholastische theologie werd echter vooral beoefend door de Jezuïten, die meer dan enige andere orde tot haar herleving en bloei hebben bijgedragen. Methodisch en met buitengewoon talent namen zij de contrareformatie ter hand. Als polemici tegen de leer van de Protestanten traden onder hen op Possevinus, gestorven 1611; Bellarminus, gestorven 1621, Disput. de controv. christ. fidei adv. hujus temporis haereticos, Ingolstadt 1581. Gretser, Opera omnia in 17 tomi, Regensburg 1734 v. Becanus, Manuale controversiarum. De beroemdste theologen uit de orde van de Jezuïten zijn Petrus Canisius, gestorven 1597, Summa doctrinae et institutionis christ. 1554, in 130 jaar 400 maal uitgegeven, en een kleiner catechismus: Institutiones christ. pietatis 1566. Franc. Toletus, gestorven 1596, In Summam S. Thomae tom. 4, opnieuw uitgeg. te Rome 1869, Joh. Maldonatus, leerling van Toletus en Soto te Salamanca, gestorven 1583, beroemd exegeet, en schrijver van vele dogm. tractaten, de sacramentis, de libero arbitrio, de gratia etc. Leonh. Lessius, prof. te Leuven, gestorven 1623, Disput. de gratia. decretis divinis, libertate arbitrii et praescientia Dei conditionata, Antw. 1610. De perfectionibus divinis libri 14, Antw. 1620. Theologia 1651 etc. Lud. Molina, prof. te Evora, later te Madrid, gestorven 1600, Liberi arbitrii cum gratiae donis, divina praescientia, provid. praedest. et reprob. concordia 1588, de justitiaet jure, en commentaar op het eerste deel van Thomas. Greg. de Valentia, prof. te Dillingen, Ingolstadt, Rome, gestorven 1603, Analysis fidei cathol. 1585. Theol. Comment. in Summam S. Thomae tomi 1V1 1602. Mart. Becanus, prof. te Mainz, gestorven 1624, Theol. scholastica, 3 partes 1612-’22. Roderich Arriaga, prof. in Valladolid, Salamanca, Praag, gestorven 1667, Disputationes theol. 8 tomi 1643 sq. Franz. Suarez, gestorven 1617, Commentaria et disputationes in Thomam, tomi V, en vele tractaten de gratia etc.; een kort excerpt uit zijn theologie is Theologiae R. P. Fr. Suarez S. J., Summa seu Compendium auctore T. Noel S. J. Tomi II Paris, Migne 1858. Gabr. Vasquez, gestorven 1604, Comm. in Summam S. Thomae, Ingolstadt 7 vol. 1609 v.; Didacus Ruyz de Montoya, gestorven 1632, Comment. op verschillende loci van Thomas, Theol. scholastica 1630. Clavis Theol. 1634; Antoine, Theologia universa speculativa et dogmatica, Paris 1713; Dion. Petavius, gestorven 1652, De theol. dogmatibus, 5 tomi, onvoltooid Paris 1644; en verder nog Melch. de Castro, Lusitanus, Zunniga, Tannez, Hurtado, Ripalda, gestorven 1648, Mendoza, Lugo, gestorven 1660, Arriago, Gotti, gestorven 1742, Zaccaria, gestorven 1795 e.a. Afzouderlijke vermelding verdient nog de door de Würzburger professoren S. J. geschreven Theologia Wirceburgensis, dogm. polem. schol. et mor. 14 vol. Wirceb. 1766-1771, nieuwe uitg. in 10 vol. Paris 1880.

De Jezuïten volgden over het algemeen Thomas, maar weken tengevolge van hun pelagianisme in de leer van de zonde, de vrije wil en de genade van hem af. Dit werd oorzaak van een langdurigen strijd. Deze begon met Bajus, prof. te Leuven, gestorven 1589, die de leer van Augustinus over de zonde en de onvrijheid van wil voordroeg en ook de onbevlekte ontvangenis van Maria verwierp. Reeds in 1560 werden verschillende theses van Bajus door de Sorbonne verworpen, en Paus Pius V veroordeelde 79 stellingen van Bajus in de bul Ex omnibus afflictionibus 1567. Bajus herriep. Maar daarmee was de strijd niet uit. Hij ontbrandde opnieuw in 1588 door het werk van Molina, Liberi arbitrii cum gratiae donis…concordia. De Thomisten, meest Dominicanen, vielen dit werk aan, vooral bij monde van een van hun beroemdste vertegenwoordigers Bannez, gestorven 1604, die een fysische predeterminatie leerde. Thomisten, (Bannez, Sylvester, Alvarez, Lesmos, Reginaldi, enz.), resp. Augustinianen (Noris, gestorven 1704, Laur. Berti, gestorven 1766, Bertieri) en Jezuiten, Molinisten of Congruisten (Bellarminus) stonden jaren lang tegenover elkaar. Een menigte strijdschriften over zonde, vrije wil, genade zagen het licht1. De commissie, in Rome benoemd, werd 1607 ontbonden zonder een beslissing te nemen; en de paus zei, dat hij later uitspraak zou doen en dat zolang de ene partij de andere niet verketteren mocht. In 1640, toen het werk Augustinus van Cornelius Jansen, bisschop van IJperen verscheen, werd opnieuw de vonk in ‘t kruit geworpen. De strijd duurde tot in de 18e eeuw voort. De mannen van Port Royal stonden aan de zijde van Jansenius, Arnauld, gestorven 1694, Pascal, gestorven 1662, Nicole, gestorven 1695, Sacy, gestorven 1684, Tillemont, gestorven 1698, Quesnell, gestorven 1719. Maar geleerdheid en welsprekendheid mochten niet baten. In verschillende bullen 1653, 1656. 1664, 1705 en 1713 werd het Jansenisme, en daarin Augustinus, en zelfs Paulus veroordeeld, en later werd de bul Unigenitus van 1713 nog meermalen bevestigd. En evenals in dogmaticis het pelagianisme zegevierde, zo behaalde in ethicis het probabilisme en in ecclesiasticis het Curialisme of papale stelsel de zegepraal.

1 Walch, Bibl. theol. sel. I 179 v.

x
This website is using cookies. Accept