Gereformeerde Dogmatiek, 2e druk.

47.

D. Roomse Dogmatiek.

Walch, Bibl. theol. sel. I 148 v. Pfaff Introductio in hist. theol. lit. 1724 bl. 194 v. 206 v. M. Brühl, Gesch. der Kath. Lit. Deutschlands vom 17 Jahrh. 2e Aufl. Wien 1861. H. Hurter, Nomenclator literarius recentioris theol. cathol. 4 vol. Innsbr. 1871-83. Karl Werner, Gesch. der apol. u. polem. Lit. der Christl. Theol. 5 Bde. Schaffh. 1861-67. Id. Gesch. der Kath. Theol. Deutschlands seit dem Trienter Concil bis zur Gegenwart, München 1866, 2e Aufl. 1889. Id. Der heilige Thomas von Auquino 3 Bde Regensburg 1858-59: Bd. I. Leben und Schriften. Bd II Lehre. Bd. III Geschichte des Thomismus. Id. Franz Suarez und die Schol. der letzten Jahrh. 2 Bde Regensburg 1861-62. Sehwane, Dogmengesch. der neueren Zeit, Freiburg 1890 bl. 16 v. Stöckl, Gesch. der Philos. des. M. A. III 628 v. PRE2 XV 589 v. Harnack, D. G. III 617 v.

Het ontbrak echter in de Middeleeuwen niet aan protesten tegen de richting, waarin kerk en theologie zich ontwikkelden. Verschillende secten traden er op, Katharen, Albigenzen, de volgelingen van Amalrik van Bena, David van Dinant, Ortlieb, de secte van de vrije geest enz. en vernieuwden de oude manichesche en gnostische dwalingen1. De Waldenzen kwamen met Rome in conflict door hun leer van de vrijheid van de prediking. In vele kringen was er een terugkeer tot Augustinus en Paulus. Bradwardina, gestorven 1349, trad in een geschrift de causa Dei contra Pelagium op als een moedig verdediger van de genade Gods; Wiclif, gestorven 1384, was van hem afhankelijk gelijk Hus, gestorven 1451, op zijn beurt weer van Wiclif. Wiclifs werken worden sedert 1882 uitgegeven door de Wiclif Society te Londen.

Zijn leer wordt het best gekend uit zijn Summa in 12 boeken, verkort en systematisch samengevat in zijn Trialogus, uitgeg. door Lechler, uit zijn verhandeling de Christo et suo adversario Antichristo, uitgegeven door Buddensieg, uit zijn tractaat de ecclesia uitgegeven door Loserth en uit zijn De veritate Sacrae Scripturae, in drie delen uitgegeven door Buddensieg bij Dietrich te Leipzig 1904. Dat Hus geheel van Wiclif afhankelijk is, werd aangetoond door Loserth, Hus und Wiclif Prag. u. Leipz. 1884. Zelfs binnen de kerk stonden velen op, die een reformatie in capite et membris verlangden. Petrus d’ Ailly, gestorven 1425, Gerson, gestorven 1429, Nic. van Clémanges, gestorven 1414, Nicolaus Cusanus, gestorven 1464 e.a. verdedigden het episcopale stelsel; en de reformatorische concilies van Pisa 1409, Constanz 1414 en Bazel 1431 spraken zich uit in die geest. Het concilie te Constanz verklaarde in de 4e en 5e zitting, dat een oecumenisch concilie zijn gezag onmiddelijk van Christus had en dat de paus ook daaraan onderworpen was. Maar al deze reformaties hadden weinig succes. Ze waren kritiek van het bestaande van uit eenzelfde beginsel2. En toen in de 16e eeuw de Protest. Reformatie opkwam, nam de Roomse kerk ook weldra tegen haar positie. Vóór het concilie te Trente waren de voornaamste theologen Cajetanus, gestorven 1534, Dr. Eck, gestorven 1543, Cochlaeus, gestorven 1552, Sadoletus, gestorven 1547 e.a. Zij onderscheidden zich nog daardoor, dat ze vrijmoedig de gebreken van de kerk erkenden, maar overigens scherp polemisch tegen de Hervormers optraden. ‘t Merkwaardigst is Dr. Eck’s Enchiridion locorum omnium adv. Lutherum et alios hostes ecclesiae 1525, dat tot 1576 toe 46 maal werd herdrukt3. De theologie was, vooral door de spot van de Humanisten, in discrediet; op de Middeleeuwen zag men terug als een tijd van gothische barbaarsheid; en ook de vromen verlangden meer eenvoud en waarheid, meer praktisch Christendom. Er behoorde voor de Roomse theologen enige moed toe en er was ook enige tijd voor nodig, om tot bezinning te komen en de draad van de scholastiek weer op te vatten. Het concilie te Trente nam wel verschillende besluiten ter reformatie, maar koos zo sterk mogelijk tegen de Reformatie partij. De dogmata, waarover met de Hervorming geschil was, zoals de leer van de traditie, de zonde, de vrije wil, de rechtvaardiging, de sacramenten, werden kras en duidelijk, in Roomse zin, geformuleerd; maar de onderlinge verschillen liet men rusten. De kwestie van paus en concilie, van Thomisme en Scotisme enz. werd niet besproken of zo omzichtig mogelijk behandeld4. Bij gelegenheid, dat men te Trente beraadslaagde over het houden van voorlezingen over de H. Schrift in alle kloosters, stelde een Benedictijnerabt voor, om een verbod van de scholastiek daaraan toe te voegen. Maar de Dominikaan Soto nam het woord, weerlegde de bezwaren, prees het nut van de scholastiek en vond algemeen instemming5.

Langzamerhand werd de scholastiek in haar eer hersteld, maar met wijziging. Melchior Canus, gestorven 1560, wijdt in zijn werk de locis theologicis een geheel boek aan de verdediging van de scholastiek, lib. VIII: de auctoritate scholasticorum doctorum, en geeft toe dat vele scholastici aan verschillende fouten zich hebben schuldig gemaakt; hij keurt die gebreken af maar verdedigt beslist de scholastische methode. Zij werd vereenvoudigd en van overdrijving ontdaan, maar overigens behouden. Een tweede verandering bestond hierin, dat Lombardus meer en meer voor Thomas plaats maakte. In de Middeleeuwen waren de Sententiae van Lombardus het dogmatisch handboek geweest; en ook na de Hervorming schreven Soto, gestorven 1560, Maldonatus, gestorven 1583, Estius, gestorven 1608 e.a. nog commentaren op dat werk. Maar de beroemde Cajetanus leverde een commentaar op de Summa van Thomas. En Franziscus Vittoria, gestorven 1566, Hironymus Perez, gestorven 1556, Barth. van Torres, gestorven 1558 e.a. volgden zijn voorbeeld. Tegen het einde van de 16e eeuw was Lombardus in de meeste scholen door Thomas vervangen; deze was zuiverder, uitgebreider, methodischer, en drong dieper in de dogmata door dan Lombardus. Voorts was ook dit nog een onderscheid tussen de oude en de nieuwe scholastiek, dat de laatste veel nauwer met de positieve theologie zich verbond. In de Middeleeuwen werd de positieve dogmatiek, d.i. het bewijs voor de waarheid uit Schrift en traditie, bijna geheel verwaarloosd; maar nu werd deze in de dogmatiek opgenomen en met grote geleerdheid bewerkt. Canus schreef een eigen werk over de bewijsbronnen, die hij loci theologici noemt; door alle neo-scholastici Greg. van Valentia, Suarez, Bannez, Diego Ruyz enz. wordt de studie van Schrift en traditie ijverig beoefend. Exegese, kerkhistorie, patristiek, archeologie enz. krijgen de rang van zelfstandige wetenschappen. Theologie is nog iets anders en meer dan dogmatiek. En omdat eindelijk de nieuwe scholastici niet die rust genoten als de theologen in de Middeleeuwen, maar van alle zijden werden aangevallen en op alle punten de Roomse leer hadden te verdedigen, bleef er voor de subtiele kwesties en de spitsvondige onderscheidingen geen plaats en geen tijd meer; vorm, methode, taal, uitdrukking werden eenvoudiger; de werken van Canisius, Canus, Petavius, Bellarminus enz. zijn geschreven in zuiver latijn, en in een aangenamen stijl, en zijn in dit opzicht gunstig onderscheiden van de werken van de Middeleeuwse theologen. Maar wat ook veranderd en verbeterd werd, de geest bleef dezelfde. Rome heeft zichzelf niet verloochend en ook door de Reformatie niets geleerd. Zelfs is het eigenlijke karakter van de Roomse leer na en door de Reformatie nog duidelijker aan het licht getreden. Het Pelagianisme en het Curialisme hebben na het concilie van Trente zich verder ontwikkeld en hebben een volledige overwinning behaald.

1 Reuter, Gesch. der relig. Aufklärung im M. A. Berlin 1875-77. L. Flathe, Gesch. der Ketzer im M. A.3 Bde. Stuttgart 1845. Kurtz, Lehrb. der Kirch. gesch. par. 108. Döllinger, Beiträge zur Sektengesch. des M. A.2Th. München, Beck, 1890.

2 Harnack, D. G. III 408 v. 570 v.

3 Hugo Lammer, Die vortrident. Kath. Theol. des Reformationszeitalters, Berlin 1858.

4 Harnack, D. G. III 588 v. PRE2 XVI 4 v. en de daar aangehaalde literatuur. 5 Kleutgen, Theol. der V orzeit IV 80.

5 Kleutgen, Theol. Der Vorzeit IV 80.

Bavinck, Herman. Gereformeerde dogmatiek. Deel 4. 2e druk. Kampen: J. H. Kok, 1911. (revised) [497]




Please send all questions and comments to Dmytro (Dima) Bintsarovskyi:
dbintsarovskyi@tukampen.nl

x
This website is using cookies. Accept