Gereformeerde Dogmatiek, 2e druk.

126. Inderdaad hebben de kerken van de Hervorming tegenover Rome geen machtiger wapen dan de Schrift. Zij brengt aan de kerkelijke traditie en hiërarchie de dodelijkste slagen toe. De leer van de perspicuitas S. Scr. is een van de hechtste bolwerken van de Reformatie. Ze brengt zeer zeker haar ernstige gevaren mee. Het Protestantisme is er hopeloos door verdeeld. Het individualisme heeft zich ten koste van het gemeenschapsgevoel ontwikkeld. Het vrije lezen en onderzoeken van de Schrift is en wordt door allerlei partijen en richtingen op de schromelijkste wijze misbruikt. Maar toch wegen de nadelen tegen de voordelen niet op. Want de loochening van de duidelijkheid van de Schrift brengt mee de onderwerping van de leek aan de priester, van het geweten aan de kerk. Met de perspicuitas S. Scr. valt de vrijheid van godsdienst en geweten, van kerk en theologie. Zij alleen is in staat, om te handhaven de vrijheid van de Christenmens; zij is oorsprong en waarborg van de religieuze en ook van de politieke vrijheden1. En een vrijheid die niet anders verkregen en bezeten kan worden dan met het gevaar van de losbandigheid en willekeur, is altijd nog te verkiezen boven een tirannie, die alle vrijheid onderdrukt. God zelf heeft bij de schepping van de mens deze weg van de vrijheid, die het gevaar en werkelijk ook het feit van de zonde meebracht, verkoren boven die van gedwongen onderwerping. En nog altijd volgt Hij in het bestuur van wereld en kerk deze koninklijken weg van de vrijheid. Dat is juist zijn eer, dat Hij toch door de vrijheid heen zijn doel bereikt, uit de wanorde de orde, uit de duisternis het licht, uit de chaos de kosmos schept. Beide, Rome en de Hervorming, stemmen hierin overeen, dat de Heilige Geest alleen de ware uitlegger is van het woord, Matt. 7:15; 16:17; Joh. 6:44; 10:3; 1 Cor. 2:12,15; 10:15; Phil. 1:10; 3:13; Hebr. 5:14, 1 Joh. 4:1. Maar Rome meent, dat de Heilige Geest alleen onfeilbaar leert door de paus; de Hervorming gelooft, dat de Heilige Geest woont in het hart van ieder gelovige; ieder kind van God heeft de zalving van de Heilige. Zij geeft daarom de Schrift in ieders hand, vertaalt en verspreidt ze en gebruikt in de kerk geen andere dan de volkstaal. Rome roemt op haar eenheid, maar deze eenheid schijnt groter dan ze is. De splitsing van de Reformatie in een Lutherse en Gereformeerde heeft haar analogie in de scheuring van de Griekse en Latijnse kerk. Onder de schijn van een uitwendige eenheid verbergt zich bij Rome een bijna even grote innerlijke verdeeldheid. Het aantal ongelovigen en onverschilligen is in Roomse landen niet geringer dan in Protestantse. Rome heeft de stroom van het ongeloof evenmin kunnen keren als de kerken van de Hervorming. Reeds vóór de Reformatie had het ongeloof zich in wijde kringen, b.v. in Italië, verbreid. De Hervorming heeft dit niet tevoorschijn geroepen, maar juist gestuit en Rome zelf tot waakzaamheid en bestrijding opgewekt. Cartesius, de vader van het rationalisme, was Rooms. De Duitse rationalisten worden opgewogen door de Franse materialisten; Rousseau door Voltaire, Strausz door Renan. De Revolutie heeft in Roomse landen haar diepste wortels geschoten en haar wrangste vruchten gedragen. Voorts staat het te bezien, of het aantal partijen, richtingen en secten, die er telkens optreden, in Rome niet even groot zou zijn als in het Protestantisme, als Rome niet de macht en de moed had, om iedere richting door censuur, ban, interdict, desnoods door het zwaard te onderdrukken. Het is waarlijk niet aan Rome te danken, dat er zovele bloeiende Christelijke kerken naast haar zijn opgetreden. Welke schaduwzijden de verdeeldheid van het Protestantisme ook heeft, zij bewijst toch ook, dat het religieuze leven hier een macht is, die telkens nieuwe vormen zich schept en bij alle verscheidenheid toch ook weer een diepere eenheid openbaart. En in elk geval, het Protestantisme met zijn verdeeldheid is te verkiezen boven het verschrikkelijke bijgeloof, waarin het volk in de Griekse en in de Roomse kerk hoe langer hoe meer wordt verstrikt. Mariadienst, relikwieverering, beeldendienst, heiligen aanbidding verdringen steeds meer de dienst van de enige, waarachtige God2.

Vanwege deze perspicuitas heeft de Schrift ook de facultas se ipsam interpretandi en is zij supremus judex controversiarum3. De Schrift legt zichzelf uit, de duistere plaatsen worden verklaard door de duidelijke, en de grondgedachten van de Schrift als geheel dienen ter opheldering van de delen. Dat was de interpretatio secundum analogiam fidei, welke ook door de Hervormers werd voorgestaan. Ook zij zijn niet voraussetzungslos tot de Schrift gekomen. Ze hebben de leer van de Schrift, de apostolische geloofsbelijdenis, de besluiten van de eerste concilies bijna zonder kritiek overgenomen. Zij waren niet revolutionair en wilden niet van voren af aan beginnen, maar protesteerden alleen tegen de ingeslopen dwalingen. De Hervorming was niet de vrijmaking van de natuurlijke, maar van de Christenmens. Er was dus van de aanvang af bij de Hervormers een analogia fidei, waarin zij zelf stonden, en waarnaar zij de Schrift uitlegden. Onder die analogia fidei verstonden zij oorspronkelijk de uit de duidelijke plaatsen van de Heilige Schrift zelf afgeleide zin, die dan later in de confessies neergelegd werd4. In verband daarmee had ook de kerk een roeping in betrekking tot de uitlegging van de Heilige Schrift. Krachtens de potestas doctrinae, haar door Christus verleend, en de gave van de uitlegging, door de Heilige Geest haar geschonken, 1 Cor. 14:3,29, Rom. 12:6, Ef. 4:11 v., heeft de kerk de plicht, om de Schrift te bewaren niet alleen, maar ook om ze uit te leggen en te verdedigen, en om de waarheid in haar confessie te formuleren en de dwalingen te ontdekken en tegen te staan. Ook de kerk is dus binnen haar kring en op haar terrein judex controversiarum, en heeft alle mening te toetsen aan en te beoordelen naar de Heilige Schrift. Onfeilbaar behoeft ze daartoe niet te zijn, want ook de rechter in de staat is wel gebonden aan de wet, maar is feilbaar in zijn uitspraken. En zo is het ook in de kerk. De Schrift is norma, de kerk is richteres. Maar ook hier is er een hoger beroep. Rome ontkent dit en zegt dat de uitspraak van de kerk de laatste en hoogste is. Van haar is zelfs een beroep op het goddelijk oordeel niet mogelijk meer. Zij bindt in de consciëntie. Maar de Hervorming beweerde dat een kerk, hoe eerbiedwaardig ook, toch dwalen kon. Haar uitlegging is niet magisterialis, maar ministerialis. Ze kan alleen in de consciëntie binden, voorzover iemand haar als goddelijk en onfeilbaar erkent. Of ze inderdaad met Gods woord overeenstemt, kan geen aardse macht, maar kan elk alleen voor zichzelf uitmaken5. De kerk kan dan iemand als ketter uitwerpen, maar hij staat en valt tenslotte zijn eigen heer. De eenvoudigste gelovige kan en mag met de Schrift in de hand desnoods tegen heel een kerk zich verzetten, gelijk Luther deed tegen Rome. Zo alleen is de vrijheid van de Christen, en tegelijk de soevereiniteit van God gehandhaafd. Van de Schrift is er geen hoger appèl. Zij is de hoogste rechtbank. Geen macht of uitspraak staat boven haar. Zij is het, die ten laatste, voor ieder in zijn consciëntie, beslist. En daarom is zij judex supremus controversiarum.

1 Stahl, Der Protest. als polit. Princip, 2e Aufl. 1853. Saussaye, Het Protest. als politiek beginsel, Rott. 1871. Kuyper, Het Calvinisme, oorsprong en waarborg van onze constitutionele vrijheden, Amst. 1874.

2 Trede, Das Heidenthum in der römischen Kirche. Gotha, Perthes, 4 Theile 1889-92. Kolde, Die Kirchl. Bruderschaften u. das relig. Leben im mod. Kathol. Erlangen 1895. Id. art. Herz (-) Jesu (-) Kultus in PRE3 VII 777. R. Andree, Votive and Weihegaben des kath. Volkes in Süd-Deutschland. Braunsschweig 1904.

3 Synopsis pur. theol. disp. 5 par. 20 v. Polanus, Synt. Theol. Lib. Ic. 45. Turretinus, Theol. El. Loc. II qu. 20. Amesius, Bellarm. enervatus Lib. Ic.5. Cloppenburg, De Canone Theol. disp. 11 15. Op. II 64 v. Moor, Comm. in Markii Comp. I 429 v. Gerhard, Loci Theol. Loc. Ic. 21, 22. Schmid, Dogm. der ev. luth. K. 6e Aufl. bl. 42 v.

4 Voetius Disp. V 9 v. 419 v. Moor, Gomm. in Marckii Comp. I 436. VI praeratio. Turretinus, Theol. El. I qu. 19. Filippi, Kirchl. Gl. I217 v. Zöckler, Handbuch I663 v. Luz, Hermeneutik 154-176.

5 Synopsis pur. theol. V 25 v.

x
This website is using cookies. Accept