Gereformeerde Dogmatiek, 2e druk.

71. Overeenkomstig deze onderwijzing van de H. Schrift werd in vroeger tijd tussen religio objectiva en religio subjectiva onderscheid gemaakt, en zij zelf gewoonlijk omschreven als recta verum Deum cognoscendi et colendi ratio. Deze definitie komt reeds bij Lactantius1 voor, vond algemeen ingang en wordt ook tegenwoordig nog door velen overgenomen. In de nieuwere tijd heeft men ertegen ingebracht, dat zij de religie als iets uitwendigs opvat, dat geheel buiten het hart omgaat. Ofschoon zij nu inderdaad de recta ratio, waarop het hier vooral aankomt, niet nader omschrijft, het verband tussen het kennen en het dienen van God niet in het licht stelt, en sterker op de religio objectiva de nadruk laat vallen dan op de religio subjectiva, toch is het tegen haar ingebrachte bezwaar van genoegzame grond ontbloot. Immers de wet, waarin God zijn dienst voorschreef, mocht naar vroegere uitlegging niet alleen letterlijk, maar moest ook geestelijk worden verstaan. Zij regelde niet alleen de woorden en daden, maar ook de gezindheden, gedachten en begeerten van de mens. Zij eiste de hele mens met ziel en lichaam, met verstand en hart en alle krachten. En zij vorderde dus, dat de mens God diene, niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats met uitwendige handelingen en plechtigheden, maar vóór alle dingen met oprecht geloof, vaste hoop en vurige liefde, met aanbidding in geest en waarheid, met de offeranden van een gebroken geest en een verslagen hart. De godsdienst was dus geen cultus externus slechts, maar vóór alles een cultus internus, een kennen en dienen van God met het hart. Maar ook deze cultus internus mocht, evenmin als de cultus externus, een eigenwillige godsdienst zijn. In de godsdienst komt het allereerst aan op de wijze, waarop God zelf gewild en bepaald heeft, dat men Hem kennen en dienen zou. Dus is hij ook in de eerste plaats een plicht, die God in de eerste tafel van zijn wet aan de mens voorhoudt, en daaraan moet in de mens de religio subjectiva beantwoorden, de innerlijke gezindheid en lust, om God zo te kennen en te dienen, als Hij in zijn Woord zich heeft geopenbaard2.

Daarom werd de religie in vroeger tijd ook bij de uitlegging van het eerste gebod van de wet, in de leer van de plichten en deugden besproken. Thomas bijv. verdeelt de deugden in drie soorten: virtutes intellectuales (sapientia, scientia, intellectus etc.), virtutes morales (de vier cardinale deugden prudentia, justitia, fortitudo en temperantia); deze twee groepen werden aan Aristoteles ontleend. En daaraan werden als derde klasse toegevoegd de drie supranaturele of theologische deugden geloof, hoop en liefde3. De religio wordt nu door Thomas gebracht niet onder de virtutes theologicae maar onder de virtutes morales. Want de theologische deugden hebben dit eigenaardige, dat zij God tot rechtstreeks object hebben; zij ordinant nos ad Deum immediate et directe ut ad objectum4, maar in de religie is God niet objectum maar finis, het eigenlijk object in de religie is de cultus, die Gode wordt toegebracht. Zij is dus geen virtus theologica, die God tot object heeft, maar een virtus moralis, die verkeert circa ea, quae sunt ad finem; zij ordinat hominem in Deum, non sicut in objectum, sed sicut in finem. Onder de virtutes morales is zij echter wel de voornaamste, omdat zij het nauwst in betrekking staat tot Hem, die het doel aller deugden is, n.l. God5. Nader wordt de religio door Thomas tot die virtus moralis gerekend, welke justitia heet. Hij vat de religio n.l. op als de virtus, per quam homines Deo debitum cultum et reverentiam exhibent. Al wordt Jak. 1:27 ook het bezoeken van wezen en Weduwen enz. tot de godsdienst gerekend, toch is de religie in eigenlijke en engere zin alleen een verhouding tot God en nooit tot mensen. En ofschoon alles gedaan moet worden ter ere Gods, is de eer, die Gode in de religie wordt toegebracht, toch in speciale zin bedoeld en omvat strikt genomen alleen dat, wat betrekking heeft ad reverentiam Dei. Zij is dus één met de latreia6. Deze definitie van Thomas werd later wel door velen 7 overgenomen, maar wordt in den nieuwere tijd toch ook gewoonlijk zo gewijzigd en uitgebreid, dat de subjectieve gezindheid, waaruit de religio als cultus ontspringt, beter tot haar recht komt8. Inderdaad is de religio subjectiva niet alleen een dienst, een verering, maar allereerst een gezindheid, die zich in die dienst uitspreekt. Voorts is de onderscheiding van virtutes morales en virtutes theologicae te supranaturalistisch en dualistisch. Er ligt natuurlijk enige waarheid in, n.l. deze, dat ook in de gevallen mens nog overblijfselen van het beeld Gods en zedelijke deugden zijn, zelfs de religie is niet geheel uitgeroeid. Maar de virtutes morales en ook de religieuze gezindheid moeten vernieuwd en herboren worden, om waarlijk goed te zijn. Thomas erkende dan ook, dat de theol. deugden, geloof, hoop, liefde causant actum religionis, quae operatur quaedam in ordine ad Deum9, maar zij worden toch zelf van de religie uitgesloten; en terwijl de virtutes intellectuales en morales zijn secundum naturam hominis, zijn de virtutes theologicae super naturam .10.

De Hervorming heeft deze opvatting van de religie vooral in tweeërlei opzicht gewijzigd. Ten eerste maken de theologen van de Reformatie beter en duidelijker onderscheid tussen de pietas als beginsel en de cultus als actio van de religie. En ten tweede worden geloof, hoop en liefde niet als afzonderlijke theologische deugden naast de religie geplaatst, maar juist als de voornaamste acten van de cultus internus in de religie zelf opgenomen. De religio, zegt Zwingli11, omvat pietatem totam Christianorum, fidem, vitam. leges, ritus, sacramenta; zij bestaat in ea adhaesio, qua (homo) Deo utpote summo bono inconcusse fidit eoque parentis loco utitur, Zij is animae deique connubium. Bij Calvijn treffen wij drie begrippen aan:

1. de notitia, de kennis Gods, het besef van zijn deugden;

2. deze notitia is idoneus pietatis magister, zij kweekt pietas, welke bestaat in conjuncta cum amore Dei reverentia, quam beneficiorum ejus notitia conciliat; en

3. is het deze pietas weer, ex qua religio, in de zin van cultus, nascitur.

Evenzo onderscheidt Zanchius tussen cultus, die de actio externa vel interna, qua Deum veneramur aanduidt en de religio of pietas, welke de virtus is, waaruit de cultus geboren wordt. Polanus zegt, religio verschilt van cultus Dei, ut causa ab effectu. Religio of pietas is causa interna cultus Dei12. De cultus, vrucht van de pietas, werd dan evenals bij de scholastici onderscheiden in internus en externus; de eerste heeft tot voornaamste daden fides, fiducia, spes, adoratio, dilectio, invocatio, gratiarum actio, sacrificium, obedientia; en de cultus externus is weer òf moralis (belijdenis, gebed enz.) òf ceremonialis (sacramenta, sacrificia, sacra)13.

1 Lactantius, Instit. div. IV 4. 16

2 Verg. H. Bavinck, Godsdienst en Godgeleerdheid 1902 bl. 14 v.

3 Thomas, Summa Theol. II 1 qu. 57. 58. 62.

4 t. a. p. II 1. qu. 62 art. 2.

5 t. a. p. II 2 qu. 81 art. 5. 6.

6 Thomas, Summa Theol. II 2 qu. 81 art. 1-4.

7 Billuart, Summa S. Thomae IV bl. 5 v. Petrus Dens, Theologia ad usum seminariorum IV hl. 9 v. Collet, Instit. theol. moralis III 401 v.

8 H. Denzinger, Vier Bücher von der relig. Erkenntniss, Würzburg 1856 I3. Lehmkuhl, Theol. moralis9, Freiburg 1898 I 208. Koch, Lehrburch der Moraltheologie, Freiburg 1905 bl. 322.

9 Thomas, Summa Theol. II 2 qu. 81 art. 5 ad 1.

10 t. a. p. I 2 qu. 62 art. 2.

11 Opera ed. Schuler et Schulthess III 155, 175, 180.

12 Calvijn, Instit. I 2, 1. Zanchius, Opera IV 263 v. Polanus, Synt. Theol.580.

13 Zanchius IV 410 v. Ursinus, Catech. qu. 94-103 en de explicatie daarvan, ook Tract. Theol. 1584 I 283. Polanus, Synt. Theol. 32. Hoornbeek, Theol. pract. Lib. 9 cap. 6-8. Id. Summa Controv. bl. 7 v. Alsted, Theol. Oatech. bl. 5 v. Moor, Comm. in Marckii Comp. I 44, Voor de Luth. vergelijke men Calovius, Isag. ad S. Theol. 1652 bl. 301. Schmid, Dogm. der ev. luth. Kirche, 6e Aufl. bl. 5. Hase, Rutterus Rediv. Loc. 1 par. 2.

Bavinck, Herman. Gereformeerde dogmatiek. Deel 1. 2e druk. Kampen: J. H. Kok, 1906. (revised) [450]
x
This website is using cookies. Accept